Anders zal er weer wat censuur aan te pas moeten komen eer het online kan. Indien jullie als individu of als groep de ongecensureerde versies even willen inkijken, geef me dan maar een seintje en dan regel ik het wel :).
Tot zover deze intermezzo. Dé topper dan uit reeks A (tussen nummers 1 en 2) van eerste gewest op de slotspeeldag was er eigenlijk eentje zonder inzet. De plaatsen voor de eindrondes lagen namelijk al lang op voorhand vast. Maar toch, gezien de geschiedenis uit de heenmatch en met het oog op de eindronde, zou het toch een prestigieuze veldslag kunnen worden.
Vlak voor de eerste set van start ging, kroop de onzekerheid in de ploeg. “Als we nu verliezen, kunnen we wel een tik krijgen voor in de play-offs”, flitste even door onze hoofden. Ook tijdens het inslagen liet Wezo een gretige indruk na, terwijl wij maar mak overkwamen.
Blijkbaar was de slechte indruk vooraf slechts ‘zand (van Koksijde) in de ogen’. We speelden weergaloos mooi volleybal met vooral een sterke opslagdruk (zoals de coach ons op zijn eigenste manier gevraagd had om te doen). Bij de tweede time-out stond het maar liefst 16-3, een tussenstand die allesbehalve op een titanenstrijd lijkt. We sloegen gewoon “alles kapot!”. Toch werd het nog ietwat spannend toen bij ons de foutenlast de hoogte inschoot. Wezo kwam – mede dankzij onze slechte receptie – nog terug tot 22-16, maar de voorsprong was te groot om nog uit handen te geven: 1-0 voor Volak!
De tweede set liep niet zo van een leien dakje. Het wervelende spel van in de eerste set leek ver weg. Receptioneel waren we dramatisch (en dat is zelfs niet licht overdreven) en ook verdedigend was het soms niet om aan te zien. Het draaide gewoon vierkant.
Maar een ongeschreven sportwet zeg: als het niet goed draait, moet je knokken voor elke morzel grond en je tanden laten zien. En dat deden we met verve. Met vecht- en powervolleybal konden we al bij al redelijk simpel ook de tweede set binnenhalen. Ook de opslagmisser van Hans bij setbal kon daar niets aan veranderen (hij krijgt er stilaan een patent op :)).
In de derde set zakte ons niveau nog verder naar beneden. We deden wat we konden, maar het groeiend vertrouwen bij de tegenstander zorgde ervoor dat Wezo de derde set won. Toch moet gezegd worden dat vanaf de derde set de recepties veel beter kwamen zodat Wim het spel beter kon verdelen. Die lijn werd dan ook doorgetrokken in de vierde set, waar we bij momenten weer mooi volleybal konden voorschotelen. Al konden we geen constante krijgen in onze prestaties.
Bij een 24-20-stand leken we onze schaapjes op het droge te hebben, maar – weerom mede door onze eigen onkunde – konden we overuren maken. Dit tot groot ongenoegen van de coach (en gelijk had hij *gecensureerde vloek*!).
Wat we in de vijfde set toonden kan in een woord worden samengevat: maturiteit en inzet (kies zelf maar welk woord het wordt :)). We gaven naar mijn mening Wezo eigenlijk nooit de indruk dat ze konden winnen van ons. En zoals het een echte nummer 1 befaamd, waren wij op de beslissende momenten net dat tikkeltje sterker. Daardoor dat we de vijfde set en de wedstrijd (met enige vertraging) zonder al te veel problemen konden winnen.
Net zoals in de heenmatch was de scheidsrechter achteraf voor Wezo de gebeten hond. De bal die Wezo sloeg op matchbal was nochtans duidelijk buiten, al zag heel de ploeg uit Westerlo die binnen. Dat kon ons feestplezier absoluut niet vergallen: we waren volgens mij de verdiende winnaar van de avond en daarmee was alles gezegd en “alles kapot!” (een mopje voor diegenen die mee zijn, een ‘huh?’ voor de buitenstaanders :)).
Met een 41 op 42 hebben we een heel seizoen gefietst zoals Albert dat deed in Koksijde: alleen, op kop en zonder omkijken. We hebben een mooie reeks neergezet die heel moeilijk te overtreffen valt (al geef ik Dames 4 wel een goede kans :)). Ik hoor criticasters al schreeuwen dat de andere reeks veel sterker was dan de onze, maar ik kijk wel uit naar een episch duel tussen ‘de grote vier’. Maar of we ook in die finale solo zullen aankomen, is nog maar de vraag. ‘De prijzen worden pas aan de meet gegeven’ maar we kunnen wel met een goed gevoel aan de start verschijnen.